‘Als je knipt in de kunstvakken, raken leerlingen gedemotiveerd’

De onderwijshervorming leidt tot onrust bij het kso. Directies vrezen voor de eigenheid en de kwaliteit van het secundair kunstonderwijs. ‘Leerlingen zullen minder goed voorbereid zijn op een hogere kunstopleiding.’ Veerle Vanden Bosch -> De Standaard 26/11


Over de haalbaarheid van de eindtermen voor de tweede en derde graad secundair onderwijs is al veel inkt gevloeid: ze zijn te uitgebreid, waardoor het lessenpakket te overladen wordt, luidt de kritiek. Ook in het kunstsecundair onderwijs is de ongerustheid groot. Het uitgebreide pakket algemene vakken zet de artistieke vakken onder druk. ‘Als we onze eigenheid willen behouden, moeten we genoeg tijd hebben om kunstvakken te geven’, zegt Luc Van Praet, directeur van de!Kunsthumaniora in Antwerpen en voorzitter van de Kunstgroep, de koepelorganisatie van de kso-opleidingen. In Antwerpen is dat nu in de tweede graad tot 14 uur op een lesweek van 36 uur, in de derde graad 18 tot 20 uur. ‘Als we de basisvorming zoals ze nu voorligt de aandacht geven die ze vraagt, moeten we stevig knippen in de kunstvakken. Daardoor zullen leerlingen minder goed voorbereid zijn op een hogere kunstopleiding. Die kunstopleidingen organiseren toegangsproeven. De concurrentie is groot en wordt internationaler.’



©Patrick De Roo
Leerlingen van Sint-Lucas kunstsecundair Antwerpen aan het werk. Patrick De Roo


Stages in kunstrichtingen

Veel kso-scholen hebben lesweken van 36 uren. ‘Die vier extra lesuren creëren extra druk: het zijn lange dagen, en veel leerlingen pendelen meer dan anderhalf uur per dag’, zegt Els Talloen, directrice van de Stedelijke Academie voor Beeldende Kunst in Aalst. ‘Als je knipt in de kunstvakken, waarvoor de leerlingen het meeste interesse hebben, raken ze misschien gedemotiveerd. In onze opleidingen zitten ook leerlingen die in andere onderwijsvormen niet aarden, maar bij ons hun passie vinden. Het overwicht van wiskunde en wetenschappen zal leiden tot schoolmoeheid en frustratie.’

Natuurlijk is een brede algemene vorming ook in het kso belangrijk, vindt zowel Van Praet als Talloen. Kunstenaars moeten de wereld kennen om ze te kunnen becommentariëren. ‘Maar er is te weinig gekeken naar de totale studiebelasting’, zegt Van Praet.

Binnen het kso heb je opleidingen met drie finaliteiten: de artistieke opleiding, die voorbereidt op de arbeidsmarkt; vormingsrichtingen die fungeren als doorstroming naar een academische bachelor- of masteropleiding; en kunstrichtingen die leiden naar een professionele bachelor of de arbeidsmarkt. ‘Veel van onze leerlingen in de kunstrichtingen stromen evengoed door naar academische ­bachelor- of masteropleidingen’, zegt Talloen. ‘De hervorming voorziet in stages voor die kunstrichtingen. Ze zullen dus praktischer gericht zijn en minder voorbereiden op een academische opleiding, terwijl zowat al onze leerlingen hogere studies aanvatten.’

‘Bij de hervorming is voorbijgegaan aan onze expertise. Onze vertegenwoordiging binnen de commissies was klein en de inbreng heel beperkt. We moeten maar meedoen met wat er is vastgelegd voor de doorstroomfinaliteit voor het aso, en de dubbele en arbeidsmarktgerichte finaliteit van het tso en bso. Op onze leest is er niets geschoeid, en als we ons aanpassen, sluit dat niet aan bij de verwachtingen van het hoger kunstonderwijs en de arbeidsmarkt.’


Chihuahua

‘Met deze hervorming willen we ­iedereen een sterke basisvorming bieden in alle studierichtingen’, zegt Michaël Devoldere, de woordvoerder van minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). ‘Ons onderwijs zakt in internationale statistieken almaar verder weg. Daar kunnen we niet lijdzaam op toezien. De lat komt hoger, maar het is niet de bedoeling overal een aso-light te installeren. De eindtermen worden vertaald naar de onderwijsvorm: conceptueler voor de aso-richtingen, meer toegepast in kso, tso en bso. Niet elke eindterm hoeft extra lesuren te betekenen. We denken dat we een evenwicht gevonden hebben tussen de basisvorming en de specifieke vakken. Ook wij willen de nodige ruimte voor de specifieke vorming.’

Talloen betwist dat: ‘Door de eindtermen voor de basisvorming zo breed uit te smeren en ook nog eens als toegepaste vakken in het specifieke gedeelte te steken, wordt de eis tot tegemoetkoming aan al die eindtermen dwingend.’

‘Minister Weyts is een dierenliefhebber. Je kunt alle hondenrassen, van chihuahua tot Duitse herder, naar de hondenschool sturen, maar je kunt ze niet allemaal opleiden tot waakhond. Dat heeft niets te maken met het niveau van de school, de kunde van de leraar of de motivatie van de leerling, maar met aanleg. Onze jeugd, die tot 18 jaar leerplichtig is, verdient het om bij een specifieke studiekeuze ook een specifieke inhoud te krijgen. En voor hun verdere opleiding de beste voorbereiding te krijgen. Kunstonderwijs is geen hobby, het is een bewuste keuze.’

Laatste berichten
Archief