Please reload

Laatste berichten

De kunsteducatieve praktijk: het leerproces in handen van de leerling

 
Over kunstonderwijs zijn de meningen vaak verdeeld. We weten dat kunstonderwijs niet in 1 2 3 is uitgelegd, het doet de onderwijsvorm onrecht aan om dit ook maar te proberen.
We weten ook dat kunstonderwijs meer vaardigheden bijbrengt dan enkel de cognitieve zaken.
Ankelien Kindekens, PhD student bij de Vrije Universiteit Brussel, doet onderzoek naar zelfregulerend leren. Zij stelt in haar doctoraatsthesis dat “kunsteducatie en artistieke werkvormen een groot potentieel in zich dragen voor de ontwikkeling van zelfregulerende vaardigheden”.  Deze stelling licht Ankelien zelf nader toe in deze nieuwsbrief.



De hedendaagse wereld wordt gekenmerkt door een overvloed aan informatie die makkelijk toegankelijk is en aan een razend snel tempo op ons afkomt. Naast een fenomeen met een maatschappelijke impact, is dit ook een ontwikkeling die zijn weerslag heeft op de onderwijscontext. Om om te kunnen gaan met deze veranderende samenleving, hebben leerlingen zelfregulerende vaardigheden nodig en die ontwikkelen ze niet noodzakelijk vanzelf. Zelfregulerend leren (ZRL) verwijst naar het zelf in handen nemen van het leerproces om zelf gestelde doelen te bereiken, vanuit een intrinsieke motivatie. Heel wat studies tonen een positieve relatie aan tussen de schoolprestaties van leerlingen en hun zelfregulerende vaardigheden. Daarom heeft het concept ZRL internationaal aan aandacht gewonnen in het onderwijsbeleid. Hoewel het dus een belangrijk onderwijsdoel zou moeten zijn, poneren verschillende onderzoekers dat leerlingen in de onderwijspraktijk niet bepaald worden benaderd met educatieve methoden die de ontwikkeling van deze zelfregulerende vaardigheden in de hand werken. Het gebrek aan kansen voor leerlingen om geleidelijk aan verantwoordelijkheid te nemen over hun eigen leerproces, dwingt ons te kijken naar andere, minder prominente educatieve settings.

Om jongeren tot succesvolle zelfregulerende leerlingen op te leiden is het belangrijk om leeromgevingen te realiseren die gelegenheid bieden om zelfregulerend aan de slag te gaan. De kunsteducatieve praktijk blijkt bij uitstek een onderwijsomgeving met potentieel op dit gebied. Enkele onderzoekers wezen reeds op de paralellen tussen de principes van ZRL en kunsteducatie. Binnen formele onderwijssettings worden leerlingen meestal beperkt tot eerder primaire en passieve leerstrategieën zoals luisteren en het opvolgen van richtlijnen en aanwijzingen. Kunstprojecten focussen vaak op de ontwikkeling van tal van vaardigheden, op uitdagende doelen en op het verhogen van de metacognitie (= kennis over het eigen denken) van leerlingen. Binnen een grootschalig onderzoeksproject werd de koppeling tussen ZRL en artistieke werkvormen verder bestudeerd.

In een eerste studie werd onderzocht in welke mate de kunsteducatieve praktijk aandacht besteedt aan het ondersteunen van zelfregulerende vaardigheden; dit aan de hand van interviews met professionele kunsteducatoren die kunstprojecten begeleiden in secundaire scholen. Zij werden gevraagd hoe een artistiek proces er binnen deze projecten uit ziet en hoe ze de begeleiding aanpakken. Hun antwoorden werden geanalyseerd aan de hand van een theoretisch model van ZRL. Uit deze analyses kon worden afgeleid dat kunsteducatoren doorgaans zowel indirect als direct zelfregulering stimuleren. Indirect doen ze dat onder meer door een geschikte, uitdagende en inspirerende leeromgeving te creëren; door taken met hoog ZRL potentieel te ontwikkelen die leerlingen toelaat deze te verbinden met hun eigen leefwereld; door gebruik te maken van specifieke educatieve methoden zoals de brainstorm en het experiment; en door leerlingen continu vragen te stellen om zo hun bewustzijn rond hun kennis- en keuzeprocessen te verhogen. Enkele kunsteducatoren stimuleren de zelfregulerende vaardigheden van hun leerlingen ook direct, door hen specifiek te wijzen op bepaalde strategieën en waarom ze deze op welk moment kunnen inzetten. Eén van de bevraagde educatieve organisaties ontwikkelde een eigen tool om alle stappen van het creatief proces van de leerlingen concreet en communiceerbaar te maken.

Voor een tweede studie werden ongeveer 900 leerkrachten uit de eerste graad van het secundair onderwijs bevraagd. Zij werden gevraagd aan te geven in welke mate ze zich – ongeacht het vak dat ze doceren – bekwaam voelden in het faciliteren van artistieke werkvormen in hun lessen. Ook kregen ze een reeks vragen die peilden naar hun visie rond en hun initiatieven voor het stimuleren van zelfregulerende vaardigheden. Statistische analyses tonen aan dat de leerkrachten die zich het meest bekwaam voelen in het hanteren van artistieke werkvormen (voornamelijk leerkrachten plastische opvoeding en taalleerkrachten) positiever staan tegenover het stimuleren van zelfregulering bij hun leerlingen dan leerkrachten die zich helemaal niet bekwaam voelen om muziek, beeldende kunst, drama of dans in hun lessen te verwerken (vooral leerkrachten wiskunde, wetenschappen en techniek). De groep die aangaf zich bekwaam te voelen, rapporteerde ook meer initiatieven die zelfregulering in de hand werken. Zo stemden ze vaker hun lessen af op de interesses van hun leerlingen en gaven ze meer taken van langere duur zodat hun leerlingen verantwoordelijkheid moeten nemen over de planning van hun werk.  

De resultaten van beide studies – de aanwezigheid van indirecte en directe ondersteuning van ZRL binnen de professionele kunsteducatieve praktijk enerzijds en de ondervinding dat leerkrachten die zich bekwaam voelen in het faciliteren van artistieke activiteiten positiever staan tegenover ZRL en hun leerlingen hier ook meer in ondersteunen anderzijds – onderschrijven de hypothese dat kunsteducatie en artistieke werkvormen een groot potentieel in zich dragen voor de ontwikkeling van zelfregulerende vaardigheden. Verder onderzoek is echter noodzakelijk om dit theoretisch te onderbouwen. Ook dient bekeken te worden in hoeverre de geïmplementeerde ondersteuning voor ZRL weldegelijk effect heeft op het zelfregulerend vermogen van de leerlingen.

Deze onderzoeksresultaten kaderen binnen een doctoraatsthesis neergelegd en verdedigd aan de Vrije Universiteit Brussel. Mail Ankelien Kindekens voor vragen of extra toelichting.

 

 

 

Please reload

Please reload

Archief
 ©2020 Kunstgroep